In 2012 was Jos Meijers het zat om voor een baas te werken. En terwijl hij thuiszat, bedacht hij een revolutionair nieuw idee: een voedseltuin voor de voedselbank, midden in Groningen stad. Daar is Toentje uit ontstaan. “In het hoogseizoen leveren we nu 4500 kilo aan de voedselbank. Dat komt neer op 18.000 porties per jaar. En met ons nieuwe project ‘Boeren voor de voedselbank’, wordt dit alleen maar meer. Toentje, Terra en een aantal akkerbouwers gaan samen aan de slag voor een nog grotere stroom van groenten voor de voedselbanken.”

“In mijn vorige werk kwam ik veel jongens tegen, die van de voedselbank afhankelijk waren”, vertelt Jos. “Die vertelden dat er veel houdbare producten waren zoals macaroni, en producten in blikken, maar geen verse levensmiddelen. Daar wilde ik wat aan gaan doen.”

“Dus toen ik zonder baan kwam te zitten ben ik gaan denken: wat vind ik nou leuk? Daar is Toentje, uit ontstaan. Ik maakte een plan, ging naar de gemeente, en het bleek dat die net een nieuw armoedebeleid hadden gemaakt. Daarin stond een regeltje waardoor ik subsidie kon krijgen en samen met de gemeente aan de slag kon gaan.”

Van stichting naar sociale onderneming

Nu, zeven jaar later is Toentje geen stichting meer, maar een sociale onderneming. Nog steeds krijgen ze 50% uit subsidies, maar 50% zijn ook eigen inkomsten. “Dat vond de gemeente best heel spannend, die eigen inkomsten. Dat is eigenlijk een terrein waarin nog niet zoveel bedrijven opereren. Maar het voelde voor ons ook nodig om een andere geld bron te vinden. Subsidies zijn natuurlijk niet gegarandeerd, en we wilden een wat vastere inkomensbron voor onszelf maken op deze manier.”

Daarom heeft Toentje inmiddels haar eigen buurtrestaurant en een aantal producten ontwikkeld. “We hebben onze eigen honing: Groning. Dat is begonnen omdat we een gesprek hadden met de imker in onze tuin. Die verkocht een groot deel van zijn honing aan de groothandel. Dat is zonde natuurlijk! Hoe leuk is het als lokale mensen de honing kunnen kopen van bijen die gewoon door Groningen vliegen. Die honing heeft gewoon een goed verhaal.” Inmiddels werkt Jos samen met verschillende imkers in de stad.

Maar dat is niet het enige, Toentje heeft ook een hoptuin, waar ze hop kweken voor bierbrouwerij Bax. “We wilden de lokale keten stimuleren. Dat doe je het beste door een aantal dingen aan elkaar te koppelen. Zo zijn we bij Bax terecht gekomen en we hebben nu de enige hoptuin in Nederland midden in de stad. Als Groninger kun je dus je biertje zien groeien. Dat is echt heel goed ontvangen. Bij het Forum en Dille en Kamille lopen het biertje ‘Kon Minder’ en de Groning honing als een trein.”

Volgens Jos komt dat omdat mensen gewoon behoefte hebben aan een goed verhaal. “ Zeker in de tijd waar er al zoveel op iedereen af komt. Dan gaan mensen juist op zoek naar authenticiteit. Groning en Kon Minder hebben dat. Maar de mensen die het kopen blijven wel consumenten, dus het kan wel een goed verhaal hebben, het moet daarnaast ook wel echt gewoon een goed product zijn.”

Een lange adem

Een van de grootste uitdagingen die Jos tegenkwam in de afgelopen zeven jaar is naar eigen zeggen toch wel het gebrek aan tijd en focus. “Je moet je wel echt blijven focussen en veel versimpelen. Er zijn zoveel dingen leuk en voor veel dingen is ook een kwestie van een lange adem hebben.”

Gelukkig levert dat ook veel op. “Omdat we een lange adem hebben gehad, zijn we nu één van de spelers die vooraan staan in het veld. Er komen vaak mensen van verschillende scholen en universiteiten kijken hoe wij het gedaan hebben. Maar ook mensen die een eigen initiatief willen starten. Zo zijn er in verschillende steden al voedseltuinen voor de voedselbank ontstaan. Daar word ik heel blij van”, zegt Jos.

Iedereen is welkom

“We hebben allerlei soorten mensen van ex-daklozen tot expats. Je kan het zo gek niet bedenken: iedereen is hier welkom”. “Wat je vaak ziet is dat mensen in hetzelfde vijvertje blijven zitten, maar wij brengen mensen van alle lagen van de samenleving samen. Dat maakt ons heel uniek.”

Die combinatie is ook heel goed voor de mensen die bij Toentje werken. “Iedereen gaat heel respectvol met elkaar om. We hebben een hele nuchtere, open manier van samenwerken. Dat is echt onze kracht. Er is plek voor mensen die samen willen werken, maar er is ook plek voor mensen die meer rust nodig hebben.”

Ruimte en persoonlijke aandacht is bij Toentje dan ook heel belangrijk. “We kijken echt naar wat mensen nodig hebben, maar laten ze vaak ook eerst tot rust komen. Er komen veel mensen bij ons met een zware rugzak, die helemaal moegestreden zijn van het systeem. Dan is het fijn om eerst tot rust te komen en te kijken waar ze naar toe willen. We hebben geen uitgestippeld plan, en kijken echt met iedereen persoonlijk mee.”

De sociale hub van de stad

Behalve mensen via de voedselbank van eten voorzien, doen ze nog veel meer. Zo geven ze les aan basisschoolkinderen om te laten zien waar hun eten vandaan komt, waarna de kinderen in de lente een aantal dagen in de tuin komen werken om in speciale bakken hun eigen groente te verbouwen. Later komen ze ook nog om in de keuken van Toentje’s buurtrestaurant Bie de Buuf hun eigen eten klaar te maken.

“We willen kinderen zo laten zien dat je heel gemakkelijk en goedkoop lokaal eten kan klaarmaken dat gezond en lekker is”, aldus Jos. “Heel veel scholen hebben nu nog geen leerlijnen rondom voedsel. We zijn in gesprek met de scholen en gemeente om te zorgen dat dit standaard wel in het pakket komt. Het is een heel groot onderwerp en daarom zijn wij gewoon aan de slag gegaan. Daardoor wordt het straks gewoon een beleid.”

Duurzaamheid vindt Carl Drenth een rot woord, maar het omschrijft wel het beste wat hij bedoelt: een goede balans tussen people, planet, profit en pleasure. “Zoals Johan Cruijff zei: Het goede doel is niet je eigen doel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daar wil ik een belangrijke rol in hebben”, zegt Carl.

Accountant kantoor Alfa is 75 jaar geleden ontstaan vanuit het verzet. “Van oudsher waren we er echt voor de boeren. We hebben het nooit voor ogen gehad om te gaan voor maximale winst. Dat zit gewoon niet in onze organisatie”, zegt Carl. “We gaan echt voor duurzame relaties met klanten, medewerkers een maatschappij. Sommige van onze klanten zijn al 50 jaar klant. En onze medewerkers krijgen de kans om zich ruim te ontwikkelen. Doen we dat niet, dan zijn ze snel weg.”

Medewerkersparticipatie en samen het gesprek aan gaan

Ongeveer twintig jaar geleden verkocht Alfa het bedrijf aan de medewerkers. “Door medewerkersparticipatie profiteer je als medewerker als het bedrijf goed loopt. Alle medewerkers hebben nu de mogelijkheid om aandelen in het bedrijf te kopen en van de 1000 die er werken hebben ook ruim 600 dat gedaan”, zegt Carl.

Daarnaast is het binnen Alfa ook belangrijk dat iedereen zich blijft ontwikkelen. “Iedereen is bij ons verplicht om educatiepunten te halen. Zo zorgen we ervoor dat onze mensen zich constant blijven ontwikkelen. Daarnaast hebben we ook de functioneringsgesprekken anders ingericht. We noemen ze nu V3 gesprekken. Die gaan over wat wil je Versterken, wat wil je Veranderen en hoe wil je Vooruit. Dat geeft net even een andere insteek die meer gericht is op groei van de mens.”

Interne bewustwording is ook een onderdeel van de cultuur binnen Alfa. “We willen dat iedereen weet wat maatschappelijk relevant ondernemen is. En dat ze daar ook het gesprek met onze klanten mee aan kunnen gaan. Ik zou het heel mooi vinden als wij als Alfa daarop kunnen rapporteren voor onze klanten. Dus niet alleen over financiële cijfers, maar ook over impact cijfers. Om op die manier in kaart te brengen wat het onderscheidend vermogen van onze klanten is. ”

Om dat voor elkaar te krijgen investeert Alfa ook in gastsprekers en geeft Carl zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld. “Ik doe zelf bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij ZOA. Ik ben echt van mening dat je aandacht voor de mens moet hebben en goed moeten kijken hoe we met de planeet om gaan.”

Het gesprek aangaan met klanten

De volgende stap is het bewustzijn vergroten bij de klanten. “Met de kennis die onze medewerkers hebben, kunnen ze het gesprek aangaan met klanten. En dan niet alleen laten zien hoe het beter kan, maar juist ook laten zien hoe goed onze klanten al bezig zijn”, zegt Carl.

“Een van onze klanten is een veeboer en heeft net een stal voor 400 koeien gebouwd. Die voldoet aan alle milieuregels, de dieren hebben daar een prachtig leven met veel ruimte en vrije uitloopt. Daarnaast heeft hij twintig man in vaste dienst. De mensen kunnen opleidingen doen en de Arbo omstandigheden zijn goed. Maar zodra je begint over duurzaamheid, daar gruwelen de boeren van. Ik wil ze daarom juist laten zien hoe goed ze al bezig zijn. Daar gaat het om.”

“Ik heb de eerste keer de boeren op het Malieveld ook gesponsord”, zegt Carl. “Ik begreep hun heel goed. De manier waarop zij werken en de manier waarop zij hun geld verdienen is ontstaan vanuit de maatschappij en de vraag naar producten. Maar nu moet je wel kijken naar een vervolg stap. Als 17 miljoen mensen vinden dat er iets moet veranderen, dan moet je kijken wat dat voor jou als bedrijf betekent en hoe je daarin mee kan gaan. Heel veel doen de boeren namelijk al. Die impact in beeld brengen dat is echt een uitdaging.”

De nieuwe economie

Hoewel Alfa ondertussen ook veel sociale ondernemers als klant heeft, willen ze juist ook de traditionele bedrijven helpen om de transitie te maken naar de nieuwe economie. “Het activistische vingertje werkt niet bij deze bedrijven”, meent Carl. “Je moet ze laten zien hoe goed ze al bezig zijn en dan helpen om dat nog beter neer te zetten. Als kledingzaak moet het bijvoorbeeld niet zo zijn dat je niet weet waar je kleding vandaan komt. Dat is waarschijnlijk sowieso geen goede match als klant van Alfa.”

“Ten tweede willen we onze klanten 100% inzicht gegeven in hun eigen impact. Nu rapporteren we op basis van cijfers, maar we willen het gesprek op een andere manier aangaan. Je kan je afvragen of je dat als accountant wil doen, en dat is best een subjectief gebied, maar ik geloof er heilig in dat het kan.”

Op dit moment heeft Alfa een pilot lopen met een aantal kanten waarin ze rapporteren hoeveel impact er nou daadwerkelijk gemaakt wordt. “Daar zijn we ook speciale producten voor aan het ontwikkelen.”, zegt Carl. “Wat je wil is dat het uiteindelijk niet alleen meer over profit gaat.”

Daarnaast is verbinding ook een belangrijk element voor Alfa. De sociale ondernemers aan de traditionele bedrijven verbinden en laten zien wat er allemaal mogelijk is. “Ik zie daar voor mezelf een rol in, want ik vind het leuk om mensen te verbinden. Niemand doet het echt fout en we kunnen allemaal van elkaar leren.”

“Het gaat gewoon om het zetten van kleine stapjes”, zegt Carl. “We hoeven niet allemaal een Kees Klomp te zijn. Maar als je kleine stapjes blijft zetten kom je er ook. Zolang je ‘globaal denken, lokaal handelen’, aanhoudt maak je hoe dan ook impact.”

Normaal maakt Vanhulley boxershorts van oude overhemden en rest textiel. Nu is het een bruisende hub van tijdelijke vrijwilligers die mondkapjes en schorten maken voor de industrieën, die daar door Corona crisis een nijpend tekort aan hebben.

“Ik wilde al direct mondkapjes gaan maken”, zegt Jolijn Creutzberg oprichtster van Vanhulley, een werkervaringsplek is voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Maar het bleek dat het best lastig is om goede mondkapjes te maken voor de zorg. Dat zou alleen maar voor schijnzekerheid zorgen.”

In eerste instantie bleef het naaiatelier dicht na de aankondiging van de maatregelen van het kabinet, het maken van de boxershorts lag stil en ook de mondkapjes werden niet gemaakt. “Voor veel van onze vrouwen is het een beangstigende tijd. Ze vinden het heel spannend om de deur uit te gaan. Al merken we nu wel, dat nu het wat langer duurt ze zich wat veiliger gaan voelen en vaak als ze een ochtend geweest zijn ze weer terugkomen om weer te helpen.”

Een paar weken geleden begon Vanhulley toch met het maken van mondkapjes. “Ik werd benaderd al snel door andere industrieën benaderd die nu een te kort hebben aan mondkapjes. Alle beschikbare mondkapjes gaan nu naar de zorg”, legt Jolijn uit. “Daarom zijn we toch begonnen met het maken ervan.”

Dat doen ze met een heleboel vrijwilligers die in dagdelen komen werken. “Veel mensen zeggen: we zitten anders toch thuis en nu kunnen we wat bijdragen. Het atelier is groot genoeg waardoor we gemakkelijk die anderhalve meter afstand kunnen bewaren en lunchen doen we in shifts”, zegt Jolijn.

De bijdrage van de vrijwilligers is tweevoudig. Aan de ene kant zorgen ze er samen voor dat er voor iedereen genoeg mondkapjes zijn, en aan de andere kant zorgen de vrijwilligers er voor dat Vanhulley financieel overeind blijft door mee te helpen aan de orders die binnenkomen. “We hebben vorig jaar geen goed jaar gehad. We zijn begonnen met een B2B lijn en dat kost tijd om op te zetten”, zegt Jolijn. “Dit jaar begon onze B2B lijn echt goed te lopen en we hadden in maart een fantastische maand. Dus we dachten: als we nu het tweede kwartaal hard gaan knallen, dan hebben we wat meer spek op onze botten. En toen kwam Corona.”

Schorten maken voor de zorg

Naast het maken van de mondkapjes heeft Vanhulley nu ook andere orders die zorgen dat de inkomsten blijven binnenkomen. Bijvoorbeeld een order van het UMCG. “We vervangen de elastieken van de mondkapjes die ze hebben. De elastieken van mondkapjes die ze hebben gekregen uit China laten snel los.”

Daarnaast maakt Vanhulley in samenwerking met andere Nederlandse naaiateliers beschermende schorten. “Er is een nijpend te kort aan deze schorten. Voor het maken van de schorten zijn veel minder vereisten qua hygiëne in vergelijking met de mondkapjes. Maar het gaat wel om grote aantallen.”

Op dit moment is Vanhulley voornamelijk bezig met het maken van mondkapjes en maken ze helemaal geen boxers meer. Alles is gefocust op het ondersteunen van de bedrijven die daar behoefte aan hebben tijdens Corona.

Dankbaarheid

Ondanks dat Corona geen fijne situatie is, is Jolijn dankbaar en optimistisch. “Het is goed om te zien dat we zo’n hoge productiecapaciteit aankunnen en dat er zoveel mensen komen helpen.”

Ondanks dat we door social distancing niet bij elkaar op bezoek kunnen komen, heeft Jolijn wel het gevoel dat mensen dichter bij elkaar komen. “Ik vind het heel gaaf om te zien dat er toch zoveel mensen betrokken zijn en willen komen helpen. Dat geeft echt een heel goed gevoel, dat mensen het zo fijn vinden wat je opgezet hebt”, zegt Jolijn. “Ik heb zelf leren leven met het idee dat ik niet weet of Vanhulley volgend jaar nog bestaat. En dat geeft een soort rust. Ik kan daardoor heel erg genieten van wat ik nu in het atelier zie. Dat had ik echt nooit willen missen. Wat er ook gebeurt, ik heb dit wel meegemaakt. Het geeft echt een boost om te zien hoe betrokken iedereen is bij iets wat je hebt opgebouwd.”

Ook meehelpen als vrijwilliger bij Vanhulley. Je kunt je hier opgegeven.

Wilbert van de Kamp doet heel veel verschillende dingen. Maar het belangrijkste is dat hij de verbinding zoekt met mensen en, naar eigen zeggen, dingen aan elkaar knoopt. Bijvoorbeeld door etentjes met boeren te organiseren. “Ik vind dat mensen met boeren moeten praten, want de meesten hebben nog nooit met een boer gepraat. En praten met elkaar creëert begrip.”

Verbinding en mensen verbinden

Dingen samen doen en elkaar verder helpen is iets wat voor Wilbert erg belangrijk is. “Ik heb de meest positieve ervaringen gehad door op mensen te vertrouwen en ik heb juist de meest negatieve ervaringen gehad als ik alles alleen probeerde te doen.”

“Eigenlijk vind ik verbinding gewoon een rot woord”, zegt Wilbert. “Maar het is wel de kern. Er zijn een heleboel dingen die niet op te lossen zijn met een oplossing, maar door de verbinding met elkaar aan te gaan kom je veel verder. Neem bijvoorbeeld de boerencrisis. Dat probleem kan je proberen op te lossen, maar zonder de verbinding aan te gaan, heb je geen idee waar iedereen op zit te wachten en wat er echt nodig is.”

Om ergens te komen is het wel echt belangrijk om goed naar elkaar te luisteren en daar moet je mensen in meenemen. “Als jij voor mensen besluit zonder dat je weet waar je het over hebt, dan weet je helemaal niet of ze daar wel op zitten te wachten”, meent Wilbert. “Ik maak nu een documentaire over witte mannen aan de macht. Helaas bestaat het team volledig uit witte mannen. Het was veel beter geweest als iemand met een andere huidskleur onderdeel van het team was geweest. Want dan krijg je een tegenovergestelde visie.”

9000 pompoenen en praten met boeren

Behalve verschillende mensen met elkaar verbinden doet Wilbert soms ook dingen waarvan mensen denken: hij is knettergek. Zo kocht hij vorig jaar 9000 pompoenen van een boer. “Gewoon omdat ik dat graag wilde. Daarna kwam ik er pas achter waarom ik dat heb gedaan”, zegt Wilbert. “Ik heb ervan geleerd hoe erg het is voor een boer om met producten te blijven zitten die je niet kwijt kunt. Maar ook hoeveel er nog bij de voedselbank te verbeteren is. Ik heb ook geleerd hoe moeilijk het is om pompoenen kwijt te raken. Ik dacht dat ik er wel 7000 kwijt zou kunnen, en dat viel even flink tegen.”

“Een vriendin zei laatst tegen me dat ik oplossingen zie voordat ik de problemen zie. Dat is ook echt zo. Met die pompoenen bijvoorbeeld, die heb ik gekocht omdat ik dacht ‘waarom niet’, en daar heb ik achteraf heel veel van geleerd.”

Een schop onder je kont

Problemen oplossen en mensen aanzetten tot actie, dat is wat Wilbert het meeste doet. “Het probleem met mensen inspireren is, dat er vaak geen actie ondernomen wordt. Soms moet je mensen echt een schop onder hun kont geven om te zorgen dat er iets gebeurt.”

Zo is het ook met Omapost gegaan. “Ik ben daarin gestruikeld. Iemand pitchte dat idee op een start-up weekend en toen zijn we dat gaan doen. Dat komt ook een beetje omdat ik te a-relaxed ben om dingen los te laten, dus dan ga ik maar gewoon aan de slag.”

Maar ook hier, was er eerst een oplossing voordat Wilbert echt het probleem kende. “Ik dacht: ja mijn oma wordt blij van die kaartjes, maar wat voor impact maakt het nou echt? Ik ben toen vrijwilligerswerk gaan doen in een verzorgingstehuis en toen begreep ik pas echt waarom ik dit was gaan doen en welke impact het maakte op de mensen die daar zitten.”

Dat is sowieso iets waar Wilbert vindt dat veel mensen nog meer betrokken kunnen worden; bij de maatschappij. “Veel dingen zijn te vrijblijvend. Iets liken op Facebook, of interesse tonen in een event en dan toch niet gaan. Het is allemaal te vrijblijvend. We missen tegenwoordig het community gevoel. Daarom moeten mensen echt over een drempel om zich ergens mee te verbinden.”

In actie komen

En daar is Wilbert dan weer goed in. Zoals hij zelf zegt: mensen een schop onder hun hol geven. In actie komen. “Ik vind het ook fijn om dingen te doen die groter zijn dan ik. Bijvoorbeeld de talk show ‘HELP!?’ in het Forum dat doe ik met drie anderen. Dat zijn van die dingen die nog steeds bestaan als ik onder een bus zou lopen. Daar zit natuurlijk ook wel een beetje ego achter; dat ik wat achterlaat, want ik ben niet Roomser dan de paus.”

“Als je samenwerkt met andere mensen, dan gebeuren er dingen. En er zijn heel veel mensen met veel ideeën, maar niet iedereen doet er iets concreets mee. Die mensen help ik om echt door te pakken en hun ideeën uit te voeren, want als je het nooit gedaan hebt, dan weet je het ook niet. Soms moet je gewoon eerst beginnen en dan leer je daar heel veel van en kun je zo positieve impact maken.”

Een zero waste winkel, maar dan online. Geen gesleep met potjes, maar ook geen (plastic) verpakkingen. Ecovenience noemen de mannen van Pieter Pot het. “We willen zorgen dat een zo groot mogelijke groep mensen een beetje duurzamer gaat leven”, zegt Jouri Schoemaker, een van de oprichters van Pieter Pot.

Het concept is heel slim bedacht. Je bestelt je boodschappen online, Pieter Pot verpakt ze in glazen statiegeldpotten waarna PostNL Food ze aan je deur levert. PostNL neemt dan ook gelijk je lege potten mee terug. “We dachten, waarom zouden we geen gebruik maken van de bestaande netwerken? Zo kunnen we veel sneller een groter deel van Nederland bereiken”, aldus Jouri.

Jouri, naar eigen zeggen een ondernemer in hart en nieren, zette eerder een bedrijf op; Shake-on. “Dat loopt nog steeds heel goed, maar ik miste iets waar ik ook kon bijdragen aan een duurzamere wereld.” Voor hem is Vandebron een groot voorbeeld. “Dit is opgezet door commerciële jongens. Het idee is duurzaam, maar door de commerciële- en ondernemersmindset zorgen ze voor impact. Dat sprak mij heel erg aan en ben ik gaan kijken hoe ik zoiets ook kon doen. Ik ben op zoek gegaan naar waar er nog een gat zat tussen de markt en de behoefte.”

De verpakkingsloze winkels waren ‘booming’

“In 2015 zag je de verpakkingsloze winkels als paddenstoelen uit de grond schieten, daar was toen heel veel media aandacht voor en iedereen vond het een geweldig idee”, zegt Jouri. “Maar al die winkels waren al heel snel weer failliet. Het bleek toch lastig voor mensen om met hun eigen potjes naar de winkel te gaan. Je vraag mensen eigenlijk om een heel ingesleten patroon helemaal te veranderen.”

“Als ondernemer moet je verliefd worden op je probleem. Je moet een probleem zo graag willen oplossen dat je hoe je dan ook een oplossing vindt. Dat hebben wij gedaan. We hebben een combinatie van online boodschappen bedacht en die van de melkman die vroeger langs de deur kwam. Voor ons lag de oplossing in circulaire verpakkingen, maar wel met een convenience voor de mensen zodat er niet veel in hun boodschappen gedrag verandert.”

En het werkt, de mannen hebben nu ruim 3000 mensen op hun wachtlijst staan. Niet slecht voor een idee dat in januari 2019 ontstond. “Martijn Bijmolt en ik zijn begonnen in Rotterdam, in een kamer bij mij thuis”, vertelt Jouri. “We kochten wat potten bij de Ikea en wat bulk voorraad en we zijn gaan testen of er vraag naar is. We hebben in het begin zelf ook boodschappen langs gebracht. Doordeweeks zaten we achter het bureau aan het bedrijf te werken en in het weekend zaten we op de fiets om boodschappen te leveren.”

Boodschappen leveren in heel Nederland

Het bleek aan te slaan. Daarom zijn de mannen groter gaan denken. Ze zijn begonnen met een crowdfunding om het geld bij elkaar te krijgen om heel Nederland, in april, te kunnen bereiken. Daarnaast verkopen ze nu al startbonnen en startpakketten zodat mensen nu hun interesse kunnen laten zien. “Deze mensen kunnen in april gelijk boodschappen bij ons bestellen. De mensen op de wachtlijst zullen waarschijnlijk pas in de zomer voor het eerst kunnen bestellen.”

Doordat de boodschappen online aangeboden worden is het makkelijker om een groter stuk van Nederland te bereiken. “Je klantenbase is ineens veel groter en daardoor je kans op faillissement gelijk een stuk kleiner.”

Pieter Pot als merknaam

“Op dit moment zijn wij de enige in de wereld die dit doen. Dit jaar ligt onze focus volledig op het leveren in heel Nederland. Volgend jaar hopen we naar België uit te breiden. We willen zo snel mogelijk onszelf als merk neerzetten. Nu zijn we nog voornamelijk een online supermarkt, maar het ideaal beeld is, dat als de consument ons straks kent, we ook in de supermarkt liggen. Dat je tijdens het boodschappen doen kunt kiezen of je je producten in een verpakking koopt of in een Pieter Pot glazen pot”, zegt Jouri. Daarvoor zijn ze nu al bezig met het ontwerpen van een glazen pot die mensen echt herkennen.

“Dat gaat nog veel verder, ook bijvoorbeeld als je op een tankstation iets haalt, of popcorn in de bioscoop. We merken nu dat bedrijven wel willen veranderen, maar nog niet zo goed weten hoe ze dat moeten aanpakken, als we straks bekender zijn als merk, dan gaat die overgang veel makkelijker.” Maar dat begint dus bij eerst leveren in heel Nederland in april.

Je wil beginnen met het verzamelen van leads, oftewel: contacten op je e-maillijst. Maar hoe begin je daarmee? En waarom zou je dat doen? Wat kan jij ze nou nog extra bieden in een e-mail wat je publiek niet al gratis online kan vinden?

Tenminste dat is een angst die ik vaak bij mijn klanten hoor. Maar zoals we eerder bespraken, e-mailmarketing is een geweldige manier om je publiek te bereiken. Je hebt geen last van het algoritme en mensen hebben al aangegeven dat ze van je willen horen. Beter kan je het bijna niet krijgen.

Daarnaast kun je veel waarde bieden voor je (potentiële) klanten via e-mail en kun je echt een band met ze opbouwen. Dus het is altijd een goed idee om te beginnen met lead generation. Maar het is wel handig om bij het begin te beginnen.

Stéphanie de Geus van Story Sparks
Stéphanie de Geus van Story Sparks

Bepaal je doel

Voor je begint met e-mailmarketing, en dus ook lead generation, is het goed om te weten wat je ermee wilt bereiken. Wil je binnen een week 1000 nieuwe contacten op je e-maillijst hebben? Wil je een klein maar fijn groepje bereiken? Of wil je een (h)echte community via de e-mail creëren?

Het is handig om dit van tevoren te weten zodat je de juiste mensen kan aantrekken. Stel je hebt een freebie over productief werken, en je krijgt daar 100 mensen voor op je e-maillijst. Dan bedenk je daarna dat je eigenlijk klanten wil helpen met hun financiële administratie, dan heb je helemaal de verkeerde mensen aangetrokken. De mensen die dan op je lijst staan hopen dan op meer productiviteitstips en jij geeft juist tips over het doen van de btw aangifte.

Om dat te voorkomen is het handig om je einddoel te weten. Wat wil je bereiken met je e-maillijst? Welke mensen wil je aantrekken en hoe ga je dat doen? Zo weet je zeker dat je geen verkeerde verwachtingen schept.

Weten waar je begint

Ben je helemaal nieuw als ondernemer, of heb je al wat bekendheid? Hoe groot is je social media bereik? Dat zijn allemaal dingen om mee te nemen als je gaat beginnen met e-mailmarkering.

Als je net begint is het onrealistisch om te zeggen dat je binnen een week honderden nieuwe mensen op je e-maillijst wil hebben. Zeker als je een kleiner social media bereik hebt. Dan kun je beter realistische doelen stellen. Zo hou je jezelf gemotiveerd en hou je het leuk.

Vier al je successen. Ik snap heel goed dat het wat jammer is al er maar 1 persoon je freebie downloadt. Maar het is wel een persoon die je freebie heeft gedownload en die er nu super veel baat bij heeft. Denken dat het glas halfvol is, is altijd zoveel fijner in dit geval.

Stéphanie de Geus van Story Sparks
Stéphanie de Geus van Story Sparks

Wat verkoop je en wat kan je geven

Een belangrijk deel van het sturen van e-mails is het bieden van waarde. Wat kan jij nu gratis delen met de mensen op je e-maillijst? Waar hebben ze wat aan en waar kunnen ze nu direct mee aan de slag. Als ze namelijk een e-mail van jou lezen, kost ze dat tijd. En je weet zelf dat als je iets doet wat je tijd kost maar niets oplevert, dat je dan er snel klaar mee bent. Dat wil je voorkomen.

Het mooiste is om te kijken wat je kunt bieden wat aansluit bij je betaalde product of dienst? Wees niet bang dat je teveel deelt en dat mensen daardoor het niet nodig hebben om te betalen voor je product of dienst. Het is juist de bedoeling dat mensen zien dat jij weet waar je het over hebt en enthousiast van jou worden.

In 5 stappen beginnen met e-mailmarketing, het e-boek

Om je echt te helpen met het beginnen met e-mailmarketing heb ik een gratis e-boek gemaakt waar alle stappen in staan die je wil zetten voor je begint met e-mailmarketing. Die kun je hieronder downloaden.

Er zijn natuurlijk nog stappen in het hele proces en als je er niet uit komt kun je altijd contact opnemen voor een gratis kennismakingsgesprek. Ik denk graag met je mee hoe je ervoor kan zorgen dat e-mailmarkering voor jou werkt.

Stel je voor, je opent ’s ochtends je gordijn en in plaats van een een zwart dak, zie je een mooi groen dak? Dat gevoel willen Eelko Sieval en Coen Visser van TOPGROEN voor elkaar krijgen. “We willen het zo makkelijk mogelijk maken voor mensen om een groen dak zelf te leggen”, zegt Coen.

Het idee voor het platform TOPGROEN is ontstaan toen Eelko en Coen samen op reis in India waren, waar ze samen vrijwilligerswerk doen. Beiden hebben ze andere bedrijven, waaronder een in de bouw (Coen) en in de software (Eelko), maar samen een bedrijf beginnen stond nog op de wishlist. “TOPGROEN is ook echt missie een gedreven bedrijf”, zegt Coen. “We willen binnen 10 jaar 1 miljoen vierkante meter groene daken leggen. We zijn geen klimaatridders, maar vinden wel dat er wat moet gebeuren. Daarom willen we het groen en de natuur weer terug naar de stad halen.”

Daarnaast is het een leggen van een groen dak een makkelijke en langdurige investering die mensen snel een goed gevoel geeft. Het ziet er niet alleen leuk uit, maar het speelt ook in op de behoefte van mensen om iets goed te doen voor de wereld en het klimaat.

Stel je eigen groene dak samen in de webshop – groene daken makkelijker maken

“We zagen dat groene daken heel erg in opkomst zijn, maar dat het een hele behoudende en offline markt is”, legt Coen. “Het zijn veelal hoveniers die bij de mensen thuiskomen. Wij wilden het makkelijker maken. Via onze webshop kunnen mensen zelf hun dak samenstellen en bestellen. Wij denken daarbij aan alles, zodat de mensen dat niet hoeven doen. Ze krijgen dan van ons een compleet pakket. We hebben zelfs een handige animatie gemaakt zodat mensen zien hoe makkelijk het is een dak zelf te leggen.”

Coen en Eelko kozen voor een online platform omdat ze het voor iedereen toegankelijk wilde maken. “We garanderen levering in heel Nederland en hebben ook de optie om het dak te installeren als de klant het liever niet zelf doet. Daarom hebben we ook afspraken gemaakt met verschillende locale partijen.”

Inmiddels hebben ze duizenden vierkante meters gelegd en geen dak is ze te klein of te groot. Of het nu op een schuurtje gaat, of een groter dak: zolang het maar plat is maken ze het groen. “Veel wijken doen het ook samen”, zegt Coen. “We hebben nu een opdracht lopen van een wijk waarbij we bij 43 woning een groen dak gaan leggen.”

En dat maken ze makkelijker: TOPGROEN vraagt namelijk ook de subsidie aan. “Er zijn een aantal gemeentes die subsidie hiervoor geven. Wij verrekenen die al van te voren met de klant en vragen dan de subsidie zelf voor ze aan. Het scheelt nog al, of je bijvoorbeeld 2000 euro moet neerleggen waar je dan misschien de helft van terugkrijgt, of dat je gewoon 1000 euro kan neerleggen voor je dak en de subsidie verrekend is.”

Een groen dak verlengt de levensduur van je dak

Geen dak is ze te gek dus, er is alleen 1 voorwaarde: je dakbedekking en de constructie moet wel goed zijn. “Want als je lekkage onder je een groen dak krijgt, ben je verder van huis en dan moet je ook je groene dak er afhalen.”

Is je dak goed, dan heeft een groen dak alleen maar voordelen. Het verlengt de levensduur van je platte dak aanzienlijk omdat je dak niet beschadigt door UV-straling. “Een plat dak gaat ongeveer 20-25 jaar mee”, zegt Coen. “Tot de helft van de levensduur is het nog prima om er een groen dak op te leggen. Ligt het dak al 20 jaar, dan zou ik het niet meer doen. Het verlengt de levensduur van een dak, maar het is geen wondermiddel.”

Heel Europa groen maken

Maar TopGroen wil niet alleen Nederland groener maken, ze hebben plannen om uit te breiden naar heel Europa. Te beginnen met Duitsland. “Dat willen we dit jaar nog gaan doen. We zijn nu bezig de website te verbeteren en als dat staat, willen we hem in het Duits vertalen.”

Ook in Duitsland willen ze het op dezelfde manier aanpakken: een platform waar mensen hun eigen daken samen kunnen stellen. “De kweker die we gebruiken hiervoor zit hier in de provincie Utrecht en is de grootste kweker in Europa. Zij hebben ook een vestiging in Duitsland, dus dat is perfect”, zegt Coen. “Het dak wordt dan gewoon, net als hier in Nederland, met een bus of vrachtwagen aan huis geleverd.”

“We willen heel Europa groener maken, maar daar hoeft het niet per se te stoppen. Dat is het mooie van online, dat is schaalbaar en het zit niet vast aan ons als personen.”

Een ding is dus duidelijk: dit is nog maar het begin van de groene daken. Hun motto is dan ook niet voor niets: Make Holland Green Again!

Botma en Van Bennekom heeft als missie om natuurlijke verzorgingsproducten te maken van biologische ingrediënten. Het doel is minimalisme in de badkamer. “Als je in een gemiddelde badkamer kijkt staat er voor alles wel een potje. Dat zijn echt marketing trucjes en die wij willen veranderen”, zegt Niels Gooijer.

Die missie trekken ze door in alles wat ze doen. Hun eerste product was haarzeep, en dat hebben ze ondertussen uitgebreid naar een huidbalsem en haarolie. “Dat zijn hele voedende producten die je op meerdere manieren kunt gebruiken. Want met een goed product kun je veel doen. Het is ons doel om veel te bereiken met weinig producten. Daarom hebben we een vrij eenvoudige lijn met weinig producten.”

Duurzaam ondernemen

Botma en Van Bennekom is in 2017 begonnen in de keuken van Rianne Botma. “Rianne en ik komen allebei uit de kunst, maar ze wilde iets praktisch gaan doen en iets moois aan de wereld toe te voegen”, zegt Niels. “Ze is haarzeep gaan maken en daar bleek ze heel erg goed in te zijn. Zeep is namelijk echt een vak.”

De zeepverkoop liep zo goed dat Niels, de vriend van Rianne, al snel betrokken raakte bij het bedrijf. “Onze producten liggen in 70 winkels, verspreid over het hele land. Van bio winkels tot kapperszaken en concept stores. We zijn aan het kijken hoe we dat kunnen uitdiepen en hoe we nog meer een community kunnen creëren.” Zo hebben ze tijdens de Coronaperiode een webshop aan hun website toegevoegd.

Natuurlijk schoon

Natuurlijk schoon is de subtekst van Botma en Van Bennekom en dat voeren ze door in elk aspect van hun bedrijf. “We proberen zo duurzaam mogelijk te ondernemen, met natuurlijke ingrediënten en op een zo groen mogelijke manier onze producten te produceren.”

Daarom proberen ze zoveel mogelijk ingrediënten lokaal te kopen. “Dat is niet voor alles mogelijk”, zegt Niels. “Zoals Shea butter, dat is een tropisch product. Die proberen we dan zo dicht mogelijk bij de bron te kopen bij iemand die zelf een bedrijf heeft opgezet in Afrika. Alle onze producten zijn dan ook fairtrade.”

Het is voor Botma en Van Bennekom belangrijk dat ze in de hele keten zo duurzaam en groen mogelijk zijn. “Maar 100% is gewoon niet haalbaar. Daarom vinden we Tony’s Chocolony zo’n mooi voorbeeld. Die hebben ‘op weg naar slaafvrije chocola’ op hun wikkel staan. Ze zijn heel open en transparant dat ze er nog niet zijn. Dat zijn wij ook en we vinden dat ook heel belangrijk. Ik denk dat dat zelfs nog sterker is dan zeggen dat je 100% iets bent. Als een bedrijf zegt dat ze 100% duurzaam zijn, dan is het een vorm van green washing, want dat kan gewoon nog niet helemaal.”

Foto: Luna Bouwhuis

Sociaal ondernemen

Sociaal ondernemen is voor Botma en Van Bennekom ook een belangrijk onderdeel van verantwoord ondernemen en vrij snel begonnen ze een samenwerking met Siza. In hun social werkplaats worden de zepen ingepakt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “In het begin was ik niet zo’n voorstander, het voelde voor mij heel erg alsof we dit deden om te kunnen zeggen dat we sociaal bezig waren”, zegt Niels. “Maar vanaf het eerste moment was er een klik met de organisatie. Het is een mooie locatie, op een boerderij met veel dieren en ze zijn heel blij met ons.”

Ondertussen is Siza een vitaal onderdeel van hun bedrijf geworden. Niet alleen worden de zepen daar ingepakt, er worden ook producten gemaakt. “Wat ik mooi vind om te zien is dat de mensen daar heel trots zijn op wat ze doen. Ze voelen dat ze echt van belang zijn voor ons en dat ze op waarde geschat worden. Dat heeft voor ons ook heel veel meerwaarde.”

Daarnaast zorgt het ook voor goede input in hun bedrijf. “We waren op zoek naar iemand die een busje kon rijden. We hadden allerlei transporteurs gevraagd, en toen bleek dat er iemand bij Siza het hartstikke leuk vindt om te rijden, dus die rijdt nu onze producten intern van a naar b.”

Foto: Luna Bouwhuis

Corona

Corona hakt er ook voor Botma en Van Bennekom in. Dankzij het virus halveerde hun omzet en lag de productie tijdelijk stil. “Je zou denken dat iedereen juist zeep wilde kopen, maar dat viel tegen”, lacht Niels. Omdat veel winkels dicht gingen, vielen daardoor ook onze verkooppunten weg, en stopte de orders. “Gelukkig zijn veel van de winkels naar online webshops verschoven en kwam het weer op gang. We hebben inmiddels zelf ook een webshop opgezet.”

“Aan de andere kant hebben we van deze rustige tijd ook een deugd gemaakt. We zijn de afgelopen drie jaar hard gegroeid. Dus het was voor ons ook een goed moment om even stil te staan en juist plannen te maken voor de toekomst.”

“We willen een sluitendere lijn gaan aanbieden, met meer producten die op elkaar aansluiten, maar zonder dat we aan onze missie en filosofie voorbij gaan. Dit was een mooi moment om daar even goed over na te denken. We hebben vele mooie plannen voor de toekomst, met veel mooie producten op de planning.”

E-mailmarketing is ondertussen een veelgehoorde term. Maar wist je dat e-mailmarketing al in 1971 bestond? Toen was het niets meer dan een paar regels tekst van de ene computer naar de andere. Maar dat systeem was de basis van het internet.

In de basis is e-mailmarketing een directe vorm van marketing die een groep mensen een commercieel bericht stuurt via e-mail. Maar commercieel hoeft niet per se te betekenen dat je in elke mail verkoopt. Wel hebben alle e-mails altijd een doel. Heel kort door de bocht is elke verstuurde e-mail naar een klant of potentiële klant e-mailmarketing. Zelfs als het gaat om 1:1 communicatie.

E-mailmarketing is een hele fijne en directe manier van marketing. De mail komt direct in de inbox van de persoon die je probeert te bereiken. Je hoeft niet te hopen dat het algoritme meewerkt, maar je kunt direct op je doel af.

E-mailmarketing mag dan wel een bekende term zijn, er zijn zoveel verschillende manieren om e-mailmarketing in te zetten dat het geen one size fits all is.

In essentie heeft e-mailmarketing 3 doelen: vertrouwen en een band opbouwen, brandawareness, sales. Daar gaan we even dieper op in.

Waarde, waarde, waarde, waarde

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, maar waarde is zó belangrijk. Zeker als het gaat om vertrouwen en een band opbouwen met je publiek. Waarde gaat verder dan de standaard 10 tips lijstjes. Het gaat er om dat je echt iets toevoegt aan het leven wat je potentiële klant. En daarmee bouw je trust en vertrouwen op.

Je wil namelijk dat mensen jou en je expertise gaan vertrouwen, een band met je krijgen en echt betrokken raken. Er zijn weinig mensen die meteen na 1 mail of na het zien van 1 advertentie direct kopen. Er wordt zelfs gezegd dat er zeven indrukken voor nodig zijn voordat iemand iets koopt. En die zeven indrukken krijg je door mails met waarde te versturen.

Brandawareness ligt daar heel dicht aan verbonden en is een belangrijk onderdeel van je e-mailmarketingstrategie. Het is zelfs de kern van je hele merk. Je wil natuurlijk dat mensen jou onthouden. Brandawareness is jouw herkenbaarheid als merk. Hoe wil je dat mensen je onthouden? Welk gevoel wil je ze geven? Zorg dat je deze vragen helder hebt en dan kun je e-mailmarketing inzetten om dit te bereiken.

Bah, commerciële mails

Dan is er natuurlijk ook nog sales, want je wil natuurlijk ook je diensten verkopen. Daar is helemaal niets mis mee. Alleen, sales is nog wel een dingetje voor veel mensen. Voor de mensen die de mails versturen, maar ook voor de mensen die ze ontvangen.

Misschien denk je bij e-mailmarketing voornamelijk aan die mails in je inbox met de laatste aanbiedingen van de supermarkt, of de Kruidvat. Of aan die mails van de goeroes die hun laatste product of dienst aan de man willen brengen. Want als je niet binnen nu en 24 uur beslist, dan gaat de prijs omhoog.

“Van die commerciële e-mails dus”, zei iemand laatst tegen me terwijl ik hem uitlegde wat funnels zijn. Hij haalde er zelfs zijn neus bij op. Het is waar dat die mails ook e-mailmarketing zijn, maar een funnel of e-mailmarketing is zoveel meer dan de laatste aanbiedingen direct in je inbox.

Dus laat je publiek zeker weten wanneer je een nieuwe dienst hebt. Laat ze weten als je een winactie of een promotie hebt. Want hoe meer jij mensen kan helpen, hoe beter je de wereld kan maken. En daar mag je best geld voor vragen.

Nooit meer last van het algoritme

Alleen al deze dingen kan je ook via social media doen, waarom zou je je bezig houden met e-mailmarketing? Je hebt al een leuke following op Instagram, die is zelfs veel groter dan de mensen op jouw e-maillijst. Waarom zou je je aandacht verdelen en nog meer content verzinnen?

Het grote voordeel van e-mailmarketing is het algoritme, of eigenlijk het gebrek aan algoritme. Met e-mailmarketing lever je je content direct in de in de inbox van je klanten.

Je hoeft dus geen rekening te houden met de ideale tijd om te post voor het algoritme. Te zorgen dat er direct reacties komen zodat iedereen je bericht ziet. En als Instagram er morgen mee ophoudt, heb jij nog steeds een manier om contact te leggen met je publiek.

Daarnaast laten de mensen die zich inschrijven aan jou weten dat ze graag meer van je willen horen. Dat ze interesse hebben in wat jij te zeggen en te verkopen hebt op een actievere manier dan een ‘follow’ op Instagram.

Dus dan zou het zonde zijn om niets van je te laten horen, toch?

Wil jij beginnen met e-mailmarketing, maar weet je niet waar je moet beginnen? Ik schreef er een gratis e-boek over. Je download hem hieronder.

“Ik ben de gangmaker op elk feestje”, zegt Maxime Tauran. “Niet omdat ik wil dat de ogen op mij gericht zijn, maar omdat ik wil dat iedereen het naar zijn zin heeft.” Daarom startte ze in 2018 met de Breakfast Club om mensen met elkaar te verbinden. “De Breakfast Club is voor mijn geen doel, maar een middel om voor die verbinding te zorgen.”

“Altijd als er vroeger iets geregeld moest worden deed ik dat”, vertelt ze. “Of het nu ging om honkbalwedstrijdjes organiseren, schoolreunie, klassenuitjes, voetbaltoernooitjes met neefjes, ik deed het allemaal. Ik voelde heel sterk dat ik dat graag wilde doen. Voor mij is het heel belangrijk om mensen blij en gelukkig te zien. Daar word ik zelf ook blij en gelukkig van.” 

Dus is ze in 2018 de Breakfast Club begonnen. “Dat doe ik echt 1000% uit liefde om mensen samen te brengen en die verbinding aan te gaan.” Maar het gaat niet alleen om de verbinding, het gaat juist ook om samen een diepere laag te bereiken, dat iedereen zich tijdens een Breakfast Club open en kwetsbaar open durft te stellen. “Als ik me kwetsbaar en open durf op te stellen, dan gaan anderen dat ook doen.” 

“Eigenlijk zou ik elke Breakfast Club aan iedereen willen vragen: wie ben je? En wat voel je?” zegt Maxime. “Ik ben niet iemand die zich in een bedrijfsidee vastbijt. Het bedrijf wat ik nu heb is er een die bijdraagt aan die stip op de horizon: mensen met elkaar verbinden. En dat kan best over een tijd een andere vorm aannemen.”

Online Breakfast Club

Toen Corona kwam, konden de geplande Breakfast Clubs niet doorgaan. De eerste paar weken wist Maxime niet zo goed wat ze er mee moest en hoe ze een digitale omslag wilde maken. Maar die kwam er wel. Op 1 april hostte ze de eerste online Breakfast Club via Zoom.

“Ik vond dat in het begin heel ingewikkeld”, zegt ze. “Ik dacht: online kan je toch helemaal geen verbinding met elkaar leggen? Maar toen we eenmaal online waren, leerde ik er heel veel van. De groepen waren veel kleiner en daardoor was het juist makkelijker om die diepere laag te bereiken. De gesprekken waren zo mooi, oprecht en diep, dat we echt tot de kern kwamen en iedereen zijn muurtje liet zakken. Het is alsof je een lijntje voelt vanuit iemands hart naar het jouwe.” 

“Wat ik vooral heb geleerd tijdens de online Breakfast Club is beter leren luisteren”, vertelt Maxime. Elke sessie begon ze met de vraag ‘Wat vind je lastig?’ of ‘is er iets waarmee we met je mee kunnen denken?’. “In het begin gaf ik heel snel verschillende oplossingen, omdat ik iedereen zo graag wil helpen. Ik wil mensen behoeden dat ze niet zo lang struggelen zoals ik doe. Ik ben een echte doener en daar wil ik mensen mee helpen.” 

“Maar ik besef ook dat als iemand zijn beste zelf wil zijn, zij dat alleen maar zelf kan doen. Dus ik heb leren luisteren naar mensen en geleerd de juiste vragen te stellen: Waarom is dat belangrijk voor je? Wat voelt voor jou goed? Maar ook: wat zou jij nu willen doen?”

Toch geeft ze nog steeds graag voorbeelden aan mensen. “Om ze op weg te helpen en te laten zien welke opties er allemaal zijn. Maar dat vind ik ook wel lastig. Ik ben vaak bang dat ik teveel over mezelf praat en dat mensen denken: het gaat altijd maar over haar.” 

Bevestiging zoeken en veel geven

De balans tussen geven en nemen is voor Maxime iets waar ze nog vaak tegen aanloopt. “Ik bied het iedereen aan om vragen in te brengen, maar zelf doe ik het niet”, zegt ze. “Ik vind het heel lastig, en kan heel goed de focus op een ander leggen zodat hij niet op mij ligt. Ik stel me wel kwetsbaar en open op, dat is nodig voor de veilige sfeer die ik met de Breakfast Club wil bereiken, maar ik ga niet altijd zelf helemaal in op de diepere laag, want dan heb ik snel het idee dat ik aan het zeuren ben.”

Het is dan ook niet verrassend als ze zegt dat haar lat intens hoog ligt. “Het kan altijd beter en het is nooit goed genoeg. Ik vind het maken van keuzes daarom ook heel lastig, want voor mijn gevoel doe ik er altijd iemand pijn mee. Soms zou ik wel eens willen dat ik een machine had die keuzes voor me maakt.” 

Dus ze geeft heel veel, maakt mensen blij met kleine cadeautjes en alle mensen die naar de offline Breakfast Club gingen kregen een kaartje in de bus. “Dat past gewoon echt bij mij, ik hou er van om mensen blij te maken, al is het maar met een klein gebaar.” 

En dat blijft ze doen, online of offline, zolang er maar verbinding is. “Inmiddels zijn de offline Breakfast Clubs weer begonnen. De eerste was in Zwolle op een mooie locatie met een fijne kleine groep. Ik weet nu heel zeker dat ik hier niet mee wil stoppen. Het verbinden van mensen met de Breakfast Club, daar word ik heel gelukkig van.”