Stel je voor, je opent ’s ochtends je gordijn en in plaats van een een zwart dak, zie je een mooi groen dak? Dat gevoel willen Eelko Sieval en Coen Visser van TOPGROEN voor elkaar krijgen. “We willen het zo makkelijk mogelijk maken voor mensen om een groen dak zelf te leggen”, zegt Coen.

Het idee voor het platform TOPGROEN is ontstaan toen Eelko en Coen samen op reis in India waren, waar ze samen vrijwilligerswerk doen. Beiden hebben ze andere bedrijven, waaronder een in de bouw (Coen) en in de software (Eelko), maar samen een bedrijf beginnen stond nog op de wishlist. “TOPGROEN is ook echt missie een gedreven bedrijf”, zegt Coen. “We willen binnen 10 jaar 1 miljoen vierkante meter groene daken leggen. We zijn geen klimaatridders, maar vinden wel dat er wat moet gebeuren. Daarom willen we het groen en de natuur weer terug naar de stad halen.”

Daarnaast is het een leggen van een groen dak een makkelijke en langdurige investering die mensen snel een goed gevoel geeft. Het ziet er niet alleen leuk uit, maar het speelt ook in op de behoefte van mensen om iets goed te doen voor de wereld en het klimaat.

Stel je eigen groene dak samen in de webshop – groene daken makkelijker maken

“We zagen dat groene daken heel erg in opkomst zijn, maar dat het een hele behoudende en offline markt is”, legt Coen. “Het zijn veelal hoveniers die bij de mensen thuiskomen. Wij wilden het makkelijker maken. Via onze webshop kunnen mensen zelf hun dak samenstellen en bestellen. Wij denken daarbij aan alles, zodat de mensen dat niet hoeven doen. Ze krijgen dan van ons een compleet pakket. We hebben zelfs een handige animatie gemaakt zodat mensen zien hoe makkelijk het is een dak zelf te leggen.”

Coen en Eelko kozen voor een online platform omdat ze het voor iedereen toegankelijk wilde maken. “We garanderen levering in heel Nederland en hebben ook de optie om het dak te installeren als de klant het liever niet zelf doet. Daarom hebben we ook afspraken gemaakt met verschillende locale partijen.”

Inmiddels hebben ze duizenden vierkante meters gelegd en geen dak is ze te klein of te groot. Of het nu op een schuurtje gaat, of een groter dak: zolang het maar plat is maken ze het groen. “Veel wijken doen het ook samen”, zegt Coen. “We hebben nu een opdracht lopen van een wijk waarbij we bij 43 woning een groen dak gaan leggen.”

En dat maken ze makkelijker: TOPGROEN vraagt namelijk ook de subsidie aan. “Er zijn een aantal gemeentes die subsidie hiervoor geven. Wij verrekenen die al van te voren met de klant en vragen dan de subsidie zelf voor ze aan. Het scheelt nog al, of je bijvoorbeeld 2000 euro moet neerleggen waar je dan misschien de helft van terugkrijgt, of dat je gewoon 1000 euro kan neerleggen voor je dak en de subsidie verrekend is.”

Een groen dak verlengt de levensduur van je dak

Geen dak is ze te gek dus, er is alleen 1 voorwaarde: je dakbedekking en de constructie moet wel goed zijn. “Want als je lekkage onder je een groen dak krijgt, ben je verder van huis en dan moet je ook je groene dak er afhalen.”

Is je dak goed, dan heeft een groen dak alleen maar voordelen. Het verlengt de levensduur van je platte dak aanzienlijk omdat je dak niet beschadigt door UV-straling. “Een plat dak gaat ongeveer 20-25 jaar mee”, zegt Coen. “Tot de helft van de levensduur is het nog prima om er een groen dak op te leggen. Ligt het dak al 20 jaar, dan zou ik het niet meer doen. Het verlengt de levensduur van een dak, maar het is geen wondermiddel.”

Heel Europa groen maken

Maar TopGroen wil niet alleen Nederland groener maken, ze hebben plannen om uit te breiden naar heel Europa. Te beginnen met Duitsland. “Dat willen we dit jaar nog gaan doen. We zijn nu bezig de website te verbeteren en als dat staat, willen we hem in het Duits vertalen.”

Ook in Duitsland willen ze het op dezelfde manier aanpakken: een platform waar mensen hun eigen daken samen kunnen stellen. “De kweker die we gebruiken hiervoor zit hier in de provincie Utrecht en is de grootste kweker in Europa. Zij hebben ook een vestiging in Duitsland, dus dat is perfect”, zegt Coen. “Het dak wordt dan gewoon, net als hier in Nederland, met een bus of vrachtwagen aan huis geleverd.”

“We willen heel Europa groener maken, maar daar hoeft het niet per se te stoppen. Dat is het mooie van online, dat is schaalbaar en het zit niet vast aan ons als personen.”

Een ding is dus duidelijk: dit is nog maar het begin van de groene daken. Hun motto is dan ook niet voor niets: Make Holland Green Again!

Botma en Van Bennekom heeft als missie om natuurlijke verzorgingsproducten te maken van biologische ingrediënten. Het doel is minimalisme in de badkamer. “Als je in een gemiddelde badkamer kijkt staat er voor alles wel een potje. Dat zijn echt marketing trucjes en die wij willen veranderen”, zegt Niels Gooijer.

Die missie trekken ze door in alles wat ze doen. Hun eerste product was haarzeep, en dat hebben ze ondertussen uitgebreid naar een huidbalsem en haarolie. “Dat zijn hele voedende producten die je op meerdere manieren kunt gebruiken. Want met een goed product kun je veel doen. Het is ons doel om veel te bereiken met weinig producten. Daarom hebben we een vrij eenvoudige lijn met weinig producten.”

Duurzaam ondernemen

Botma en Van Bennekom is in 2017 begonnen in de keuken van Rianne Botma. “Rianne en ik komen allebei uit de kunst, maar ze wilde iets praktisch gaan doen en iets moois aan de wereld toe te voegen”, zegt Niels. “Ze is haarzeep gaan maken en daar bleek ze heel erg goed in te zijn. Zeep is namelijk echt een vak.”

De zeepverkoop liep zo goed dat Niels, de vriend van Rianne, al snel betrokken raakte bij het bedrijf. “Onze producten liggen in 70 winkels, verspreid over het hele land. Van bio winkels tot kapperszaken en concept stores. We zijn aan het kijken hoe we dat kunnen uitdiepen en hoe we nog meer een community kunnen creëren.” Zo hebben ze tijdens de Coronaperiode een webshop aan hun website toegevoegd.

Natuurlijk schoon

Natuurlijk schoon is de subtekst van Botma en Van Bennekom en dat voeren ze door in elk aspect van hun bedrijf. “We proberen zo duurzaam mogelijk te ondernemen, met natuurlijke ingrediënten en op een zo groen mogelijke manier onze producten te produceren.”

Daarom proberen ze zoveel mogelijk ingrediënten lokaal te kopen. “Dat is niet voor alles mogelijk”, zegt Niels. “Zoals Shea butter, dat is een tropisch product. Die proberen we dan zo dicht mogelijk bij de bron te kopen bij iemand die zelf een bedrijf heeft opgezet in Afrika. Alle onze producten zijn dan ook fairtrade.”

Het is voor Botma en Van Bennekom belangrijk dat ze in de hele keten zo duurzaam en groen mogelijk zijn. “Maar 100% is gewoon niet haalbaar. Daarom vinden we Tony’s Chocolony zo’n mooi voorbeeld. Die hebben ‘op weg naar slaafvrije chocola’ op hun wikkel staan. Ze zijn heel open en transparant dat ze er nog niet zijn. Dat zijn wij ook en we vinden dat ook heel belangrijk. Ik denk dat dat zelfs nog sterker is dan zeggen dat je 100% iets bent. Als een bedrijf zegt dat ze 100% duurzaam zijn, dan is het een vorm van green washing, want dat kan gewoon nog niet helemaal.”

Foto: Luna Bouwhuis

Sociaal ondernemen

Sociaal ondernemen is voor Botma en Van Bennekom ook een belangrijk onderdeel van verantwoord ondernemen en vrij snel begonnen ze een samenwerking met Siza. In hun social werkplaats worden de zepen ingepakt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “In het begin was ik niet zo’n voorstander, het voelde voor mij heel erg alsof we dit deden om te kunnen zeggen dat we sociaal bezig waren”, zegt Niels. “Maar vanaf het eerste moment was er een klik met de organisatie. Het is een mooie locatie, op een boerderij met veel dieren en ze zijn heel blij met ons.”

Ondertussen is Siza een vitaal onderdeel van hun bedrijf geworden. Niet alleen worden de zepen daar ingepakt, er worden ook producten gemaakt. “Wat ik mooi vind om te zien is dat de mensen daar heel trots zijn op wat ze doen. Ze voelen dat ze echt van belang zijn voor ons en dat ze op waarde geschat worden. Dat heeft voor ons ook heel veel meerwaarde.”

Daarnaast zorgt het ook voor goede input in hun bedrijf. “We waren op zoek naar iemand die een busje kon rijden. We hadden allerlei transporteurs gevraagd, en toen bleek dat er iemand bij Siza het hartstikke leuk vindt om te rijden, dus die rijdt nu onze producten intern van a naar b.”

Foto: Luna Bouwhuis

Corona

Corona hakt er ook voor Botma en Van Bennekom in. Dankzij het virus halveerde hun omzet en lag de productie tijdelijk stil. “Je zou denken dat iedereen juist zeep wilde kopen, maar dat viel tegen”, lacht Niels. Omdat veel winkels dicht gingen, vielen daardoor ook onze verkooppunten weg, en stopte de orders. “Gelukkig zijn veel van de winkels naar online webshops verschoven en kwam het weer op gang. We hebben inmiddels zelf ook een webshop opgezet.”

“Aan de andere kant hebben we van deze rustige tijd ook een deugd gemaakt. We zijn de afgelopen drie jaar hard gegroeid. Dus het was voor ons ook een goed moment om even stil te staan en juist plannen te maken voor de toekomst.”

“We willen een sluitendere lijn gaan aanbieden, met meer producten die op elkaar aansluiten, maar zonder dat we aan onze missie en filosofie voorbij gaan. Dit was een mooi moment om daar even goed over na te denken. We hebben vele mooie plannen voor de toekomst, met veel mooie producten op de planning.”

Normaal maakt Vanhulley boxershorts van oude overhemden en rest textiel. Nu is het een bruisende hub van tijdelijke vrijwilligers die mondkapjes en schorten maken voor de industrieën, die daar door Corona crisis een nijpend tekort aan hebben.

“Ik wilde al direct mondkapjes gaan maken”, zegt Jolijn Creutzberg oprichtster van Vanhulley, een werkervaringsplek is voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Maar het bleek dat het best lastig is om goede mondkapjes te maken voor de zorg. Dat zou alleen maar voor schijnzekerheid zorgen.”

Lees verder op Impact Less

Dat ik van interviewen hou is geen geheim. En eigenlijk vind ik alle interviews die ik doe super leuk. Maar er zijn een paar die voor mij heel bijzonder waren en die wil ik vandaag graag met je delen.

Tweedehandskleding, rechtvaardig voor mens en klimaat

Duurzame kleding, saai? Niet als het aan Julia Visser ligt. In haar hippe winkel, Regverdig, in Leeuwarden verkoopt ze tweehandskleding voor een fijn prijsje. “Er komen dagelijks mensen in de winkel die zeggen: ‘oh ik had niet door dat dit tweedehands is.’”

Duurzaamheid zat er altijd al wel een beetje in bij Julia. Vroeger struinde ze al vaak de kringloop door op zoek naar mooie dingen te vinden. “Ik had een bijbaan in de kringloopwinkel en later, toen ik in Engeland woonde, ook in de Engelse variant daarvan: een charity shop”, zegt ze. “Toen viel het me op hoeveel mooie dingen mensen afdanken. Dingen die gewoon prima nog een tweede leven kunnen krijgen.”

Lees verder op Impact Less

Saraï Pannekoek helpt vrouwen hun relatie met voeding te verbeteren

Vrouwen helpen met het verbeteren van hun relatie met eten, om zo beter voor zichzelf en hun omgeving te kunnen zorgen. Dat is Saraï Pannekoek’s missie. “Het creëren van een duurzamere, betere wereld begint bij de jeugd en dat begint weer bij de ouders.”

Bij Saraï begon het ook bij haar ouders. “Mijn moeder is Molukse en mijn vader een Zeeuw. Dus we waren best zuinig bij ons thuis. Als er iets stuk was, dan werd er altijd eerst gekeken of we het konden maken. Er werd bijna niks verspild bij ons thuis. Nu noemen we dat duurzaam, maar het is bij mij echt met de paplepel ingegoten.” Dat is tot op de dag van vandaag ook een thema in Saraï’s leven. “Ik houd bijvoorbeeld ook helemaal niet van winkelen. Als ik iets moet kopen dan kan ik daar rustig twee tot drie weken over nadenken voordat ik het dan toch maar ga kopen. Het is voor mij ook heel belangrijk dat alle spullen een betekenis en een verhaal hebben. Ik zal dus ook niet zomaar wat kopen.”

Lees verder op Impact Less

Echte duurzaamheid is meer uit je eigen kledingkast halen

Hoeveel kledingstukken heb jij in je kast? En hoeveel gebruik je daar écht van? Waarschijnlijk gebruik je, zoals de meeste mensen, maar een fractie van de kleding die je hebt. Zonde, vindt Marije Douma. Op Instagram posts ze onder @marije_sustainablecollective tips over het combineren van kleding, hoe je duurzame, leuke items shopt en hoe je zoveel mogelijk uit je eigen kledingkast haalt. ”Ik wil mensen laten zien dat ze niet steeds meer nieuwe spullen nodig hebben”, aldus Marije

Recent is Marije begonnen om mensen een-op-een te begeleiden om zoveel mogelijk uit hun kledingkast te halen en het echt definiëren van hun eigen stijl. Zo shop je veel bewuster, maak je goede keuzes en voorkom je dat je een kledingkast vol hebt met dingen die je nooit draagt. Dat wilde ik zelf ook wel eens uitproberen, want ook ik had een dikke kledingkast waar maar tien items regelmatig in de wasmand lagen.

Lees verder op Impact Less

Minder klimaatimpact maken met blijvende bloemen. Het is de basis van Ellyne Bierman’s bedrijf Reflower. “Met Reflower bied ik mensen een duurzamere levensstijl met bloemen.”

Het idee is heel simpel: Reflower is een duurzame bloemenbieb waar je bloemen kunt huren. Je betaalt maandelijks 20 euro voor de huur van een boeket en als je een ‘andere’ vaas met nieuwe bloemen wil, betaal je 15 euro per wissel. Daarna maakt Ellyne de bloemen en de vaas helemaal schoon en kunnen ze weer naar een andere klant. “Het is dus eigenlijk net zoiets als en een Netflix abonnement, maar dan met bloemen.”

Lees verder op Impact Less

Stel je voor, je opent ’s ochtends je gordijn en in plaats van een een zwart dak, zie je een mooi groen dak? Dat gevoel willen Eelko Sieval en Coen Visser van TOPGROEN voor elkaar krijgen. “We willen het zo makkelijk mogelijk maken voor mensen om een groen dak zelf te leggen”, zegt Coen.

Het idee voor het platform TOPGROEN is ontstaan toen Eelko en Coen samen op reis in India waren, waar ze samen vrijwilligerswerk doen. Beiden hebben ze andere bedrijven, waaronder een in de bouw (Coen) en in de software (Eelko), maar samen een bedrijf beginnen stond nog op de wishlist. “TOPGROEN is ook echt missie een gedreven bedrijf”, zegt Coen. “We willen binnen 10 jaar 1 miljoen vierkante meter groene daken leggen. We zijn geen klimaatridders, maar vinden wel dat er wat moet gebeuren. Daarom willen we het groen en de natuur weer terug naar de stad halen.”

Lees verder op Impact Less

Een aantal maanden geleden lanceerde ik iets nieuws. Stilletjes. Te stilletjes eigenlijk. Want ik ben er nog steeds verschrikkelijk trots op. In februari lanceerde het online magazine: Impact Less.

Het online magazine is een inspiratieplatform voor sociaal en duurzaam ondernemers. Echte impact makers dus. Tijdens de lancering op 6 februari was er ook een pdf versie met alle stukken en interviews.

Elke week verschijnen er inspirerende interviews met ondernemers zoals Carl Drenth van Alfa en Jos Meijers van Toentje.

Carl Drenth

Alfa maakt klanten bewust van de impact die ze al maken

Duurzaamheid vindt Carl Drenth een rot woord, maar het omschrijft wel het beste wat hij bedoelt: een goede balans tussen people, planet, profit en pleasure. “Zoals Johan Cruijff zei: Het goede doel is niet je eigen doel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daar wil ik een belangrijke rol in hebben”, zegt Carl.

Accountant kantoor Alfa is 75 jaar geleden ontstaan vanuit het verzet. “Van oudsher waren we er echt voor de boeren. We hebben het nooit voor ogen gehad om te gaan voor maximale winst. Dat zit gewoon niet in onze organisatie”, zegt Carl. “We gaan echt voor duurzame relaties met klanten, medewerkers een maatschappij. Sommige van onze klanten zijn al 50 jaar klant. En onze medewerkers krijgen de kans om zich ruim te ontwikkelen. Doen we dat niet, dan zijn ze snel weg.”

Lees de rest van het interview op op Impact Less.

Tuinieren midden in Groningen stad voor de voedselbank

In 2012 was Jos Meijers het zat om voor een baas te werken. En terwijl hij thuiszat, bedacht hij een revolutionair nieuw idee: een voedseltuin voor de voedselbank, midden in Groningen stad. Daar is Toentje uit ontstaan. “In het hoogseizoen leveren we nu 4500 kilo aan de voedselbank. Dat komt neer op 18.000 porties per jaar. En met ons nieuwe project ‘Boeren voor de voedselbank’, wordt dit alleen maar meer. Toentje, Terra en een aantal akkerbouwers gaan samen aan de slag voor een nog grotere stroom van groenten voor de voedselbanken.”

“In mijn vorige werk kwam ik veel jongens tegen, die van de voedselbank afhankelijk waren”, vertelt Jos. “Die vertelden dat er veel houdbare producten waren zoals macaroni, en producten in blikken, maar geen verse levensmiddelen. Daar wilde ik wat aan gaan doen.”

Lees de rest van het interview op Impact Less.

Wil je de PDF versie van het eerste nummer downloaden? Dat kun je hier doen.

Op 29 juli 2019 was het Earth Overshoot Day. Het moment waarop iedereen, die weet wat het is, collectief meer in paniek raakt dan anders. Ook het punt waarop ondernemen met betekenis belangrijker is dan ooit. Maar ook het moment waarop prins Harry verkondigde dat hij maar twee kinderen wil vanwege het klimaat. Blijkbaar ‘kost’ een kind per jaar net zoveel als de uitstoot van 5 vervuilende auto’s.

Maar wat velen niet weten is dat Earth Overshoot Day een gemiddelde is van de hele wereld. De Overshoot day van Nederland was bijvoorbeeld in mei. En je kunt het zelfs uitrekenen wanneer jouw Overshoot day is. De mijne? Die was op 22 juni. Dat betekent dat er 2.1 aarden nodig zouden zijn als iedereen precies zoals mij zo leven. Best schokkend voor een veganist zonder auto. Zelfs ik trek de aarde sneller leeg dan zij het aan kan vullen.

Ondernemen met betekenis

Ondernemen, iets doen waar de wereld beter van wordt

Iets doen waar de wereld beter van wordt. Dat is wat ik wilde doen. Maar hoe ziet dat er over drie jaar uit? Of zelfs over een jaar? En nog belangrijker, wat wil ik nou écht?

De afgelopen vijf jaar dat ik onderneem heb ik hier nooit echt goed over nagedacht. Toen ik me in 2014 weer inschreef bij de KvK, na twee jaar Engeland, had ik maar één doel voor ogen: ik wilde gaan freelance voor tijdschriften zodat ik kon backpacken en eindelijk eens iets van de wereld kon zien. Wie mijn klanten waren? Nou, ik ging reizen, dus reistijdschriften. Het liefst tijdschriften in het buitenland, of blogs, als het maar Engels was. Engels is gewoon een veel leukere taal. Het vloeit zo lekker vergeleken met het Nederlands. Nee ik wist het zeker; ik wilde voor tijdschriften schrijven.

Van tijdschriften naar contentmarketing

Leuk idee. Ik dacht: internationale markten, veel keus, dat moet helemaal goed komen. Maar pitchen blijft een numbers game en ik bleef maar pitchen zonder ook maar één ding terug te horen. Ik had hier en daar een paar kleine opdrachten, maar niets om de rekeningen van te betalen.

En ja, dan kom je in de content marketing terecht, want laten we even eerlijk zien, daar is wél werk. Bedrijven staan te springen om mensen die kunnen schrijven. Ondernemers zijn goed in heel veel dingen, maar vaak is schrijven daar niet een van. En toen begon het echte aanmodderen pas echt. Zonder een idee van wat ik wilde, wat ik leuk vond en wat ik precies kon, ging ik de markt op. Ja, ik kon blogjes schrijven. En voor wie? Voor ieder bedrijf dat blogs nodig heeft voor hun site. En dat is iedereen, want iedereen heeft contentmarketing nodig. Lekker zo’n grote markt.

Stéphanie de Geus van Story Sparks
Stéphanie de Geus van Story Sparks

Je niche, hoe specifieker hoe beter

Je kan denk ik wel raden wat daarna gebeurde. Helemaal niets dus. Ik kreeg steeds minder zin in schrijven, ik vond het steeds minder leuk en wilde er eigenlijk maar gewoon mee stoppen.

Niet voor het eerst had ik het gevoel dat ik helemaal niets bijdroeg. Eerder tijdens mijn werk in Engeland als hoofdredacteur van Simply Cards & Papercraft, voelde ik een leegte. Ik droeg bij aan het kapitalisme, aan een verslaving van mensen waar ze elke maand heel veel geld uitgaven aan nog meer hobbyspullen. Dat paste steeds minder met wat ik wilde doen en hoe ik de wereld zag. Dat wil ik dus anders doen. Zodat ik niet steeds elke avond in bed stapte denkend “Wat heb ik nou weer bijgedragen aan de wereld?”

Vanaf nu ga ik ondernemen met betekenis

Alleen deze keer voelde ik me niet alleen alsof ik niets bijdroeg, ik voelde me ook alsof ik niets kon bijdragen. Tijd om terug te gaan naar de basis. Of eigenlijk te beginnen met een basis die ik nooit heb gehad. Door heel veel gesprekken met mensen die al langer bedrijven runnen en mijn coach kwam ik er achter wat ik wilde, of in ieder geval in welke richting ik het moest zoeken: mensen helpen om de wereld mooier te maken. Kortom, ik wilde ondernemen met betekenis.

Daarom help ik sociaal en duurzame ondernemers om de wereld een stukje mooi, gezelliger, socialer en groener te maken door te zorgen dat hun verhalen gezien en gehoord worden. Zodat ik aan het eind van de dag kan zeggen: ja daarom, ben ik uit mijn bed gekomen vandaag. Ik kan niet wachten op alle mooie dingen die ik morgen mag gaan doen.