Duurzaamheid vindt Carl Drenth een rot woord, maar het omschrijft wel het beste wat hij bedoelt: een goede balans tussen people, planet, profit en pleasure. “Zoals Johan Cruijff zei: Het goede doel is niet je eigen doel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daar wil ik een belangrijke rol in hebben”, zegt Carl.

Accountant kantoor Alfa is 75 jaar geleden ontstaan vanuit het verzet. “Van oudsher waren we er echt voor de boeren. We hebben het nooit voor ogen gehad om te gaan voor maximale winst. Dat zit gewoon niet in onze organisatie”, zegt Carl. “We gaan echt voor duurzame relaties met klanten, medewerkers een maatschappij. Sommige van onze klanten zijn al 50 jaar klant. En onze medewerkers krijgen de kans om zich ruim te ontwikkelen. Doen we dat niet, dan zijn ze snel weg.”

Medewerkersparticipatie en samen het gesprek aan gaan

Ongeveer twintig jaar geleden verkocht Alfa het bedrijf aan de medewerkers. “Door medewerkersparticipatie profiteer je als medewerker als het bedrijf goed loopt. Alle medewerkers hebben nu de mogelijkheid om aandelen in het bedrijf te kopen en van de 1000 die er werken hebben ook ruim 600 dat gedaan”, zegt Carl.

Daarnaast is het binnen Alfa ook belangrijk dat iedereen zich blijft ontwikkelen. “Iedereen is bij ons verplicht om educatiepunten te halen. Zo zorgen we ervoor dat onze mensen zich constant blijven ontwikkelen. Daarnaast hebben we ook de functioneringsgesprekken anders ingericht. We noemen ze nu V3 gesprekken. Die gaan over wat wil je Versterken, wat wil je Veranderen en hoe wil je Vooruit. Dat geeft net even een andere insteek die meer gericht is op groei van de mens.”

Interne bewustwording is ook een onderdeel van de cultuur binnen Alfa. “We willen dat iedereen weet wat maatschappelijk relevant ondernemen is. En dat ze daar ook het gesprek met onze klanten mee aan kunnen gaan. Ik zou het heel mooi vinden als wij als Alfa daarop kunnen rapporteren voor onze klanten. Dus niet alleen over financiële cijfers, maar ook over impact cijfers. Om op die manier in kaart te brengen wat het onderscheidend vermogen van onze klanten is. ”

Om dat voor elkaar te krijgen investeert Alfa ook in gastsprekers en geeft Carl zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld. “Ik doe zelf bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij ZOA. Ik ben echt van mening dat je aandacht voor de mens moet hebben en goed moeten kijken hoe we met de planeet om gaan.”

Het gesprek aangaan met klanten

De volgende stap is het bewustzijn vergroten bij de klanten. “Met de kennis die onze medewerkers hebben, kunnen ze het gesprek aangaan met klanten. En dan niet alleen laten zien hoe het beter kan, maar juist ook laten zien hoe goed onze klanten al bezig zijn”, zegt Carl.

“Een van onze klanten is een veeboer en heeft net een stal voor 400 koeien gebouwd. Die voldoet aan alle milieuregels, de dieren hebben daar een prachtig leven met veel ruimte en vrije uitloopt. Daarnaast heeft hij twintig man in vaste dienst. De mensen kunnen opleidingen doen en de Arbo omstandigheden zijn goed. Maar zodra je begint over duurzaamheid, daar gruwelen de boeren van. Ik wil ze daarom juist laten zien hoe goed ze al bezig zijn. Daar gaat het om.”

“Ik heb de eerste keer de boeren op het Malieveld ook gesponsord”, zegt Carl. “Ik begreep hun heel goed. De manier waarop zij werken en de manier waarop zij hun geld verdienen is ontstaan vanuit de maatschappij en de vraag naar producten. Maar nu moet je wel kijken naar een vervolg stap. Als 17 miljoen mensen vinden dat er iets moet veranderen, dan moet je kijken wat dat voor jou als bedrijf betekent en hoe je daarin mee kan gaan. Heel veel doen de boeren namelijk al. Die impact in beeld brengen dat is echt een uitdaging.”

De nieuwe economie

Hoewel Alfa ondertussen ook veel sociale ondernemers als klant heeft, willen ze juist ook de traditionele bedrijven helpen om de transitie te maken naar de nieuwe economie. “Het activistische vingertje werkt niet bij deze bedrijven”, meent Carl. “Je moet ze laten zien hoe goed ze al bezig zijn en dan helpen om dat nog beter neer te zetten. Als kledingzaak moet het bijvoorbeeld niet zo zijn dat je niet weet waar je kleding vandaan komt. Dat is waarschijnlijk sowieso geen goede match als klant van Alfa.”

“Ten tweede willen we onze klanten 100% inzicht gegeven in hun eigen impact. Nu rapporteren we op basis van cijfers, maar we willen het gesprek op een andere manier aangaan. Je kan je afvragen of je dat als accountant wil doen, en dat is best een subjectief gebied, maar ik geloof er heilig in dat het kan.”

Op dit moment heeft Alfa een pilot lopen met een aantal kanten waarin ze rapporteren hoeveel impact er nou daadwerkelijk gemaakt wordt. “Daar zijn we ook speciale producten voor aan het ontwikkelen.”, zegt Carl. “Wat je wil is dat het uiteindelijk niet alleen meer over profit gaat.”

Daarnaast is verbinding ook een belangrijk element voor Alfa. De sociale ondernemers aan de traditionele bedrijven verbinden en laten zien wat er allemaal mogelijk is. “Ik zie daar voor mezelf een rol in, want ik vind het leuk om mensen te verbinden. Niemand doet het echt fout en we kunnen allemaal van elkaar leren.”

“Het gaat gewoon om het zetten van kleine stapjes”, zegt Carl. “We hoeven niet allemaal een Kees Klomp te zijn. Maar als je kleine stapjes blijft zetten kom je er ook. Zolang je ‘globaal denken, lokaal handelen’, aanhoudt maak je hoe dan ook impact.”

Botma en Van Bennekom heeft als missie om natuurlijke verzorgingsproducten te maken van biologische ingrediënten. Het doel is minimalisme in de badkamer. “Als je in een gemiddelde badkamer kijkt staat er voor alles wel een potje. Dat zijn echt marketing trucjes en die wij willen veranderen”, zegt Niels Gooijer.

Die missie trekken ze door in alles wat ze doen. Hun eerste product was haarzeep, en dat hebben ze ondertussen uitgebreid naar een huidbalsem en haarolie. “Dat zijn hele voedende producten die je op meerdere manieren kunt gebruiken. Want met een goed product kun je veel doen. Het is ons doel om veel te bereiken met weinig producten. Daarom hebben we een vrij eenvoudige lijn met weinig producten.”

Duurzaam ondernemen

Botma en Van Bennekom is in 2017 begonnen in de keuken van Rianne Botma. “Rianne en ik komen allebei uit de kunst, maar ze wilde iets praktisch gaan doen en iets moois aan de wereld toe te voegen”, zegt Niels. “Ze is haarzeep gaan maken en daar bleek ze heel erg goed in te zijn. Zeep is namelijk echt een vak.”

De zeepverkoop liep zo goed dat Niels, de vriend van Rianne, al snel betrokken raakte bij het bedrijf. “Onze producten liggen in 70 winkels, verspreid over het hele land. Van bio winkels tot kapperszaken en concept stores. We zijn aan het kijken hoe we dat kunnen uitdiepen en hoe we nog meer een community kunnen creëren.” Zo hebben ze tijdens de Coronaperiode een webshop aan hun website toegevoegd.

Natuurlijk schoon

Natuurlijk schoon is de subtekst van Botma en Van Bennekom en dat voeren ze door in elk aspect van hun bedrijf. “We proberen zo duurzaam mogelijk te ondernemen, met natuurlijke ingrediënten en op een zo groen mogelijke manier onze producten te produceren.”

Daarom proberen ze zoveel mogelijk ingrediënten lokaal te kopen. “Dat is niet voor alles mogelijk”, zegt Niels. “Zoals Shea butter, dat is een tropisch product. Die proberen we dan zo dicht mogelijk bij de bron te kopen bij iemand die zelf een bedrijf heeft opgezet in Afrika. Alle onze producten zijn dan ook fairtrade.”

Het is voor Botma en Van Bennekom belangrijk dat ze in de hele keten zo duurzaam en groen mogelijk zijn. “Maar 100% is gewoon niet haalbaar. Daarom vinden we Tony’s Chocolony zo’n mooi voorbeeld. Die hebben ‘op weg naar slaafvrije chocola’ op hun wikkel staan. Ze zijn heel open en transparant dat ze er nog niet zijn. Dat zijn wij ook en we vinden dat ook heel belangrijk. Ik denk dat dat zelfs nog sterker is dan zeggen dat je 100% iets bent. Als een bedrijf zegt dat ze 100% duurzaam zijn, dan is het een vorm van green washing, want dat kan gewoon nog niet helemaal.”

Foto: Luna Bouwhuis

Sociaal ondernemen

Sociaal ondernemen is voor Botma en Van Bennekom ook een belangrijk onderdeel van verantwoord ondernemen en vrij snel begonnen ze een samenwerking met Siza. In hun social werkplaats worden de zepen ingepakt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “In het begin was ik niet zo’n voorstander, het voelde voor mij heel erg alsof we dit deden om te kunnen zeggen dat we sociaal bezig waren”, zegt Niels. “Maar vanaf het eerste moment was er een klik met de organisatie. Het is een mooie locatie, op een boerderij met veel dieren en ze zijn heel blij met ons.”

Ondertussen is Siza een vitaal onderdeel van hun bedrijf geworden. Niet alleen worden de zepen daar ingepakt, er worden ook producten gemaakt. “Wat ik mooi vind om te zien is dat de mensen daar heel trots zijn op wat ze doen. Ze voelen dat ze echt van belang zijn voor ons en dat ze op waarde geschat worden. Dat heeft voor ons ook heel veel meerwaarde.”

Daarnaast zorgt het ook voor goede input in hun bedrijf. “We waren op zoek naar iemand die een busje kon rijden. We hadden allerlei transporteurs gevraagd, en toen bleek dat er iemand bij Siza het hartstikke leuk vindt om te rijden, dus die rijdt nu onze producten intern van a naar b.”

Foto: Luna Bouwhuis

Corona

Corona hakt er ook voor Botma en Van Bennekom in. Dankzij het virus halveerde hun omzet en lag de productie tijdelijk stil. “Je zou denken dat iedereen juist zeep wilde kopen, maar dat viel tegen”, lacht Niels. Omdat veel winkels dicht gingen, vielen daardoor ook onze verkooppunten weg, en stopte de orders. “Gelukkig zijn veel van de winkels naar online webshops verschoven en kwam het weer op gang. We hebben inmiddels zelf ook een webshop opgezet.”

“Aan de andere kant hebben we van deze rustige tijd ook een deugd gemaakt. We zijn de afgelopen drie jaar hard gegroeid. Dus het was voor ons ook een goed moment om even stil te staan en juist plannen te maken voor de toekomst.”

“We willen een sluitendere lijn gaan aanbieden, met meer producten die op elkaar aansluiten, maar zonder dat we aan onze missie en filosofie voorbij gaan. Dit was een mooi moment om daar even goed over na te denken. We hebben vele mooie plannen voor de toekomst, met veel mooie producten op de planning.”

“Hoe heet de serie?” vroeg mijn fotocoach.

“Pasta”, zei ik. Want hoe moet je een serie over pasta koken anders noemen?

De opdracht was om een verhalende serie maken. In corona tijd gebeurt er alleen niet zo heel veel. Daarom legde ik het koken vast. Iets wat eigenlijk, achteraf gezien, ook heel goed bij mij als fotogaaf past en wat ik leuk vind om te doen: alledaagse dingen vastleggen, want daarin zitten de bijzondere momenten.

Ik heb het gevoel dat er een druk op fotoshoots ligt: beste kleren aan, allemaal lachen. Dat is blijkbaar niet mijn ding. De eerste keer dat ik me dat besefte was jaren geleden toen het fotografieboek van Elsie Larson & Emma Chapman uitkwam. Daarin stond een foto van hun nichtje, huilend. Dat niet meteen de foto’s waar je aan denkt als je foto’s laat maken, maar wel de foto’s waar je later misschien mooie herinneringen aan hebt.

Later toen ik voor Marie van Fearless & Framed werkte werd dat alleen maar duidelijker. Gewoon de alledaagse dingen, ontbijt met elkaar, het koken, kinderen die spelen, dat vastleggen, daar zit voor mij het mooie van fotografie.

Want het perfect is gewoon heel erg saai.

Daarom heb ik foto’s gemaakt toen mijn vriend aan het koken was. De keuken is een zooitje, het eten is niet fotogeniek, het licht is niet perfect, en zo kan ik nog veel meer opnoemen. Maar het laat wel een belangrijk onderdeel van ons leven zien. Iets wat er over een aantal jaar weer helemaal anders kan kan zien.

Sinds eind februari schrijf ik elke ochtend drie pagina’s in mijn journal. Wat maakt dat een verschil! 

Ik voelde me uitgeblust, niet creatief, ik vond schrijven gewoon stom en ik wist het gewoon allemaal niet meer. Zo zat ik er ongeveer bij net voordat Corona begon. En Corona heeft er niet veel goeds aan gedaan. 

Ik stond letterlijk even stil. Maar dankzij de ochtend pagina’s, de drie morning pages van Julia Cameron, bleef ik toch in beweging. In het begin ging het stroef, wist ik niet waar ik over moest schrijven. Maar het gaat niet alleen steeds makkelijker, het heeft ook een positieve invloed op, tja, alles. 

Ik ben begonnen aan een blog challenge van 6 weken, lanceerde een nieuwe dienst en kreeg veel meer connectie met andere ondernemers en de meiden op kantoor. Allemaal doordat ik de morning pages begon te doen. 

Voor mij is het meer dan een opwarmoefening waar ik mijn schrijfbrein activeer. Ik denk het beste als ik schrijf. Als ik vastzit kan ik het beste dingen op papier zetten om helderheid te krijgen. Niet in een pro en con lijstje, maar gewoon achter elkaar doorpennen. 

Heel lang gunde ik mezelf daar de tijd niet voor. Dus ging de creativiteit op slot, reageerde ik op alles met ‘weet niet’ en had ik gewoon nergens meer zin in. Sinds ik weer ben gaan schrijven (en soms is het echt niets anders dan ‘zeuren’ op de pagina), weet ik weer beter wat ik wil, meer welke kant ik op wil en lukt het me weer om dingen echt aan te pakken. 

Beste 30 minuten van de dag!

Soms heb je van die momenten dat je niet meer je leven leidt. Dat je niet meer het idee hebt dat jij ergens controle over hebt. Alsof iemand anders letterlijke de touwtjes in handen heeft.

Ik denk dat veel mensen zich nu zo voelen in deze crisis.

Sinds maart mag er niet zoveel. Er kon zoveel niet. Iedereen zat thuis en er zat geen einddatum aan.

Ik heb dat gevoel, wat we allemaal kennen, geprobeerd te vangen in een beeld. Omdat we allemaal wel eens het gevoel hebben dat we zelf de touwtjes weer in handen willen nemen.

Vroeger was het altijd vaste prik: op Koninginnedag stonden mijn vader, zusje en ik op de rommelmarkt in Leeuwarden. Het was altijd de perfecte reden om de zolder en kamer op te ruimen en we hadden altijd genoeg spul om te verkopen. Het was ook altijd een goede manier om aan nieuwe stukken voor de verzameling te komen. Beren voor mijn zusje en olifanten voor mij. Inmiddels had ik er zoveel dat ik met een gedeelte van mijn verzameling in het Fries Museum had gestaan, maar er was altijd ruimte voor meer Olifantjes.

Een jaar stonden we de hele dag naast een mevrouw die ook heel veel olifantjes en Coca Cola spulletjes verkocht. Wat bleek, ze verzamelde heel actief olifantjes, maar was aan het opruimen geslagen. Uiteindelijk ging ik met een groot deel van haar olifantjes naar huis – veel daarvan had ik nog niet. De jaren daarop kwamen we elkaar steeds weer tegen. Soms kocht ze wat van mij en vaak kocht ik wat van haar.

We zochten elkaar altijd op en wisten altijd waar we stonden. Koninginnedag rommelmarkt voelde altijd als en grote gezellige familie. Aan het einde van de middag, tijdens de laatste Koninginnedag dat we haar zagen, kwam ze aan het einde van de dag kwam ze naar me toe met een grote tas, helemaal gevuld met olifantjes. Gewoon, zomaar. Ze wilde ze niet meer mee naar huis nemen. En er zaten een paar hele mooie tussen. Op dat moment barstte mijn kamer bijna uit zijn voegen zoveel olifantjes had ik. Voor veel mensen was het misschien een hoop ‘rommel’, maar voor mij was dat toen een heel mooi gebaar: iets wat jij niet meer nodig hebt, geven aan iemand die er heel erg blij mee is.

Verzamel ik nog steeds zo actief olifantjes? Nee. Ik hou het nu bij echt speciale dingen zoals Tuskers. Na mijn verhuizing naar Engeland, heb ik een heel groot deel van mijn verzameling heb ik gedoneerd aan Stichting Vrienden Van De Olifant. Dingen met emotionele waarde zitten nu nog in dozen. Veel van haar olifantjes heb ik niet meer en zijn naar de stichting gegaan. Ze hebben nu hun weg gevonden naar andere verzamelaars die er op hun beurt weer heel erg blij mee zijn, zoals ik toen ook was.

Vandaag is het 5 mei. Normaal zou ik vanmiddag in het Stadspark staan tussen de feestende mensen. Ik hou niet zo van grote groepen mensen, maar het bevrijdingsfestival is iets wat niet wil missen. Dit jaar moeten we op een andere manier vrijheid vieren en defineren wat dat in deze situatie is.

Van veel mensen hoor ik dat de nieuwe maatregelen grenzen aan de grondwet. Dat onze vrijheid ingeperkt wordt omdat we zoveel dingen niet mogen. Ik snap dat veel mensen zich opgesloten voelen. Beperkt in wat ze zo graag doen. Geen sociale uitjes meer, niet uiteten en niet met 10.000 man op een grasveld staan om bier te drinken.

De ene dag vind ik dat erger dan de andere. Vrijheid heeft in deze tijd een andere betekenis gekregen. Vrijheid voor mij, nu, is dat ik mijn werk overal kan doen, en dat het voor mij niet uitmaakt waar en wanneer dat is. Dat ik mijn bedrijf zo kan inrichten als ik wil, waar ik gelukkig van wordt.

Ik denk dat het helpt dat ik introvert ben, dat mijn versie van vrijheid niet afhangt of ik naar buiten kan of niet. Daar ben ik heel dankbaar voor. Ik snap ook dat dat voor sommigen niet zo is. Dat juist anderen het heel moeilijk hebben om vandaag niet uitgebreid de vrijheid te kunnen vieren.

Voor nu is dit de vrijheid waar we het mee moeten doen, een beperktere versie, maar wel een die er voor zorgt dat iedereen gezond blijft en dat iedereen straks die vrijheid kan vieren.

Bevroren. Zo voelde ik me sinds half maart. Paniek. Wat als ik straks geen klanten meer heb? Sinds het begin van de Corona crisis ging ik door met wat ik deed terwijl ik mijn inkomen terug zag lopen. Alsof iemand langzaam de wurggreep aantrok. Die vecht- en actiemodus was bij mij ver te zoeken. Tot vorige week.

De eerste zes weken waren weken van rouw. Van vloeken en tieren en toekijken of mijn inkomen waar ik zo trots op was (eindelijk geen bijstand meer) langzaam naar beneden viel. Voor mij geen rust om te reflecteren. Maar eerder paniek. Waar haal ik nieuwe klanten vandaan? Wat moet ik nou? Wat wil ik nou? Alle oude spoken vielen tegelijk weer uit de kast, waar ik ze zo netjes in had geduwd. Het zorgde voor een enorme creatieve blokkade. Overlevingsmodus was het woord. Krampachtig vasthouden wat je had.

Vorige week ging de knop om. Sinds ik met mezelf heb afgesproken dat ik elke dag een blog schrijf, maakt niet uit wat het is, is de blokkade ook vertrokken. Elke dag schrijf ik, en daarmee komen de nieuwe ideeën weer, zelfs een hele nieuwe dienst. En krijg ik weer lol in wat ik doe.

Ergens schop ik mezelf wel dat het zo lang heeft geduurd. Maar vandaag vroeg iemand me ‘is het echt zo lang die zes weken?’ Nee. Eigenlijk in perspectief niet. Maar ja, het is lang als je, je inkomen ziet dalen. Iets waar je zo hard voor gewerkt hebt. Ik was even uitgevochten. De geforceerde rust was nodig om het perspectief terug te krijgen.

Eigenlijk is dit net zoiets als een depressie. Als je het gevoel niet accepteert dat je, je even zo mag voelen, is het dweilen met de kraan open. Pas toen ik tegen mezelf zei dat het ok was om me even kut te voelen en dat ik niet meteen in de actiestand hoef, kwam de creativiteit weer terug. En daarmee de vechtlust, om weer al mijn energie in mijn business te stoppen, weer terug.

Dat had tijd nodig. Dus voor iedereen die nu worstelt: het is ok. Ja het is klote, maar soms is afstand nemen ook heel belangrijk. Je hoeft niet nu met hagel te gaan schieten en zo snel mogelijk weer online te komen. Soms mag je het even niet weten om daarna weer met volle energie verder te kunnen gaan.

Vorig jaar schreef ik een stuk tijdens het dieptepunt van mijn depressie en burnout. Het was voor mij een keerpunt en iets wat ik graag met jullie wil delen.

Fighting depression is like fighting quicksand: the harder you struggle, the worse it gets. The harder you fight, the worse the breakdowns get. The darker the world seems to become. Sometimes searching for the light is the one thing that brings out the darkness even more.

I’ve become accustomed to hiding away, not talk about it and pretend it’s not there. I wanted to make sure people wouldn’t feel awkward, strange, or worse, unaccepted around me. My whole life, I felt like I didn’t fit in like I didn’t belong. And that’s a lonely place to be. It’s the place where you start to crave attention, love, and acceptance from the wrong people: The asshole boss. The shitty boyfriend that claims your body whenever he feels like it. Desperate to find that one light that tells you, you are ok. You belong.

I can’t pinpoint the exact moment where my mood went dark, where the light days seemed like a faraway dream. At some point, I thought that this was just me, my personality. Dark periods, lighter periods. All ebbing and flowing like the sea. Replacing each other so smoothly you can’t find the edges. Sometimes with such violence that you don’t know up from down anymore. It all blurs together in one all-consuming swirl.

Only when I accepted the darkness and accepted it was ok to not ok, light returned. Not the stars, the moon and the sun, but the lights closer to me. The friends texting, asking if I was ok. The hugs that sweep me off my feet. The sleeping dogs on my lap. The older people smiling at me during my walks through the city. The friends that kept giving me pieces of their lights, knowing I couldn’t return at that moment, and still gave it anyway.

I was so busy fighting, I didn’t see it. And once I stopped, I noticed their light and how it had kept the small fire inside my soul burning.

Sometimes healing is not about fighting the darkness on your own. It’s sitting in the darkness until you recognise the light showing up as stars that are not light years aways anymore.

We are all made up of a thousand tiny stars.

Ik zit aan de eettafel als ik ze ’s avonds in de schemer vanuit mijn oog voorbij zie flitsen. Ze schieten voor het raam langs met een ontzettende snelheid en een wendbaarheid waarmee ze net stuntpilioten lijken. Het mooie aan op vier hoog wonen, is dat we op de perfecte hoogte zitten om de vleermuizen te zien.

Elke avond, sinds de lente begonnen is, komen ze vliegjes en mugjes snoepen. Omdat we ook nog eens vlak aan de rand van de stad wonen, zitten hier ontzettend veel vleermuizen. En ik vind ze echt fascinerend. Ik kan uren aan tafel zitten of voor het raam staan om ze te bekijken. Sinds de avonden warmer worden en we een outdoor zitzak kochten, liggen we ook wel eens ’s avonds op het balkon in de Fatboy te kijken naar de vleermuizen die over ons hoofd voorbij schieten.

Het is een van mijn kleine geluksmomentjes op de dag. Net als het eerste kopje thee ’s ochtends, de morning pages in de ochtend, en ’s avonds knuffelen met mijn vriend.

Er is een moment geweest waarop ik deze kleine momenten van tafel veegde. Dat ik ze niet belangrijk genoeg vond omdat het niet groot genoeg was. Maar deze kleine momenten, als je vriend thee voor je neerzet terwijl je hard aan het werk bent, die zijn zo belangrijk. Ja het is leuk als je een grote opdracht binnenhaalt en ja het is leuk als je samen op vakantie kan. Maar die kleine momenten door de dag heen en soms ook de voorspelbaarheid van die momenten zorgen ervoor dat elke dag iets moois heeft.

Ooit zei er iemand tegen me: als je maar lang genoeg mooie dingen ziet, dan word je er blind voor. Dat wil ik proberen te voorkomen. Want juist die dingen, die ‘gratis’ mooie dingen, die wil ik nooit voor ‘gewoon’ aannemen en ik wil nooit stoppen met ze op te merken en te zien